De huidplooien van een Mopshond, Franse Bulldog of Engelse Bulldog zijn een van de meest herkenbare en geliefde kenmerken van deze rassen. Die mollige, gerimpelde look is voor veel baasjes precies de reden waarom ze voor een kortsnuit hebben gekozen. Maar achter die schattige plooitjes schuilt een verzorgingsbehoefte die veel nieuwe kortsnuit-eigenaren verrast.
Huidplooien zijn warme, vochtige en donkere ruimtes. Dat zijn precies de omstandigheden waar bacteriën en schimmels graag in groeien. Als de plooien niet regelmatig worden gereinigd, kunnen ze infecties ontwikkelen die pijnlijk zijn voor de hond en vervelend zijn om te behandelen. Het goede nieuws: met een eenvoudige routine is dit grotendeels te voorkomen.
Waar zitten de plooien bij kortsnuiten?
De meest bekende plooien zitten in het gezicht, maar afhankelijk van het ras en de individuele hond kunnen er ook elders plooien zijn die aandacht nodig hebben.
In het gezicht zitten de plooien rondom de neus en snuit, tussen de ogen en boven de neus, en soms ook onder de ogen. Bij Engelse Bulldogs zijn de gezichtsplooien vaak uitgesproken aanwezig en uitgebreid. Bij Franse Bulldogs zijn ze over het algemeen iets minder diep maar toch aanwezig rondom de neus. Mopshonden hebben karakteristieke diepe plooien op het voorhoofd die ook aandacht nodig hebben.
Naast het gezicht kunnen kortsnuiten ook plooien hebben in de staartplooi, de huidvouw rondom de staart aan de achterkant. Dit is een plek die baasjes vaak vergeten maar die juist gevoelig is voor infecties vanwege de nabijheid van de anus. Bij kortsnuiten met een ingegroeide of kurkentrekkerstaart is dit extra relevant.
Vrouwelijke kortsnuiten kunnen ook plooien hebben in de vulvaplooi, de huidvouw rondom de vulva. Dit is een plek die eveneens vatbaar is voor vochtigheid en irritatie.
Hoe vaak moet je de plooien schoonmaken?
De frequentie hangt af van de hond. Sommige kortsnuiten hebben diepere of vochtiger plooien dan andere en hebben dagelijkse reiniging nodig. Andere honden doen het goed met twee à drie keer per week. Als vuistregel geldt: hoe dieper de plooi en hoe meer de hond 'zweet' of speelt in vochtige omstandigheden, hoe vaker je moet reinigen.
Begin met dagelijks controleren, zeker in de eerste weken dat je een kortsnuit hebt. Na verloop van tijd leer je je eigen hond kennen en weet je hoe snel de plooien vies worden. Als je een lichte geur opmerkt of ziet dat de hond aan zijn gezicht krabt of wrijft, is dat een teken dat je vaker moet reinigen.
Wat heb je nodig?
Houd het simpel. Vochtige doekjes zonder parfum of alcohol zijn een populaire keuze vanwege hun gebruiksgemak, maar let op dat je doekjes kiest die echt vrij zijn van irriterende stoffen. Babyoekjes kunnen in een noodgeval, maar zijn niet ideaal voor langdurig gebruik omdat ze soms geurstoffen of conserveringsmiddelen bevatten die huidirritatie kunnen veroorzaken.
Speciale hondendoekjes voor huidplooien zijn een betere keuze voor dagelijks gebruik. Er zijn ook reinigingsoplossingen op waterbasis die je met een wattenstaaf of een zachte doek kunt aanbrengen. Sommige baasjes gebruiken een fysiologische zoutoplossing, die mild en effectief is.
Na het reinigen is het belangrijk om de plooien goed droog te deppen. Vocht dat achterblijft is juist de oorzaak van problemen, dus droog zijn is minstens zo belangrijk als schoon zijn. Sommige dierenartsen raden aan om na het reinigen een klein beetje maizena of een droog poeder aan te brengen om vochtigheid te absorberen, maar vraag dit altijd eerst aan je eigen dierenarts.
Hoe reinig je de plooien stap voor stap?
Begin met je hond kalm en op zijn gemak te stellen. Plooi-reiniging is voor de meeste kortsnuiten niet hun favoriete activiteit, maar als je het rustig en consequent doet van jongs af aan, went de hond er snel aan. Gebruik beloningen om de ervaring positief te maken.
Vouw de plooi voorzichtig open met je vingers zodat je bij de huid binnenin kunt. Veeg de binnenkant van de plooi schoon met een vochtig doekje of een wattenstaaf, en beweeg daarbij van binnen naar buiten, zodat je vuil en vocht naar de opening leidt en niet verder de plooi in duwt. Gebruik voor elke plooi een schoon doekje om kruisbesmetting te vermijden.
Dep de plooi daarna droog met een droge doek of tissues. Zorg dat er echt geen vocht achterblijft. Als de plooi diep is, kun je voorzichtig even wachten met een opengeklapte droge tissues ertussen om de laatste restjes vocht op te nemen.
Herhaal dit voor alle plooien, inclusief de staartplooi en eventuele andere plooien op het lichaam.
Tekenen van een infectie
Zelfs met goede verzorging kan een plooi-infectie ontstaan. De meest voorkomende signalen zijn een rode of roze kleur van de huid binnenin de plooi, een onaangename geur die meer uitgesproken is dan normaal, een plakkerige of kleverige afscheiding, en zichtbaar ongemak van de hond bij aanraking van de plooi. De hond kan ook meer krabben aan zijn gezicht of zijn snuit langs de grond wrijven.
Een lichte infectie kan soms omdraaien met intensievere reiniging gedurende een paar dagen, maar als de symptomen aanhouden of erger worden, is een bezoek aan de dierenarts noodzakelijk. Infecties die niet behandeld worden, kunnen uitbreiden naar dieper gelegen huid en veel pijnlijker en moeilijker te behandelen worden. Je dierenarts kan een zalfje of druppels voorschrijven die de infectie aanpakken.
Preventie is makkelijker dan behandeling
Dit klinkt als een open deur, maar het is wel de kern van plooi-verzorging: een paar minuten per dag of een paar keer per week is genoeg om de grote meerderheid van infecties te voorkomen. De investering in tijd is minimaal, maar het verschil in comfort voor jouw hond is enorm.
Maak plooi-reiniging onderdeel van je vaste routine, net zoals tanden poetsen of nagels knippen. Veel baasjes doen het 's avonds als ze met hun hond op de bank zitten. Een rustig moment, wat aandacht en een beetje routine is alles wat je nodig hebt om de huid van jouw kortsnuit gezond te houden.
Als je niet zeker weet hoe de plooien van jouw specifieke hond eruitzien of wat de beste aanpak is, vraag dan je dierenarts om het je een keer te laten zien tijdens een regulier bezoek. Een korte demonstratie geeft meer vertrouwen dan welke beschrijving ook.


Waarom snurkt mijn kortsnuit en wanneer is het gevaarlijk?
Hoeveel beweging heeft een kortsnuit nodig?